Geen transitievergoeding bij weigeren passende functie

Bijgewerkt op: mrt 30

Als de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt, heeft de werknemer recht op een transitievergoeding. Dat recht komt te vervallen als de beëindiging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Desondanks kan een werknemer toch nog een transitievergoeding toegekend krijgen. De werknemer zal dan wel de rechter ervan moeten overtuigen dat het niet toekennen van een transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.


Om de arbeidsovereenkomst met een werknemer te kunnen beëindigen, moet de werkgever een redelijke grond hebben. Bovendien moet het onmogelijk zijn om de werknemer binnen een redelijke termijn te herplaatsen. Uit rechtspraak blijkt dat deze herplaatsingsverplichting van de werkgever serieus moet worden genomen. Hieraan worden voor de werkgever behoorlijk zware eisen gesteld. Maar ook van de werknemer wordt een actieve houding verwacht. De werknemer dient zich in te spannen om een herplaatsing mogelijk te maken. Daarbij loopt de werknemer zelfs het risico om zijn recht op een transitievergoeding te verliezen wanneer hij weigert een passende functie te aanvaarden. Dit is onlangs bevestigd door het Gerechtshof Den Bosch. Waar ging het over?


Werknemer weigert herhaaldelijk een passende functie


De werkneemster (62 jaar) vervulde de functie van kwaliteitsmedewerker in ploegendienst. Per 1 september 2019 kwam haar functie te vervallen. Nadat UWV hiervoor toestemming had gegeven, heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werkneemster opgezegd. Daarbij liet de werkgever weten dat er geen transitievergoeding zou worden betaald omdat de werkneemster ernstig verwijtbaar had gehandeld doordat zij geweigerd had een passende functie te aanvaarden.


De werkneemster startte daarop een procedure om alsnog de transitievergoeding van afgerond EUR 42.500,- bruto te krijgen, maar kreeg van de kantonrechter nul op het rekest. De kantonrechter deelde de visie van de werkgever dat de werkneemster ernstig verwijtbaar had gehandeld doordat zij een passende functie had geweigerd. De werkneemster heeft daartegen hoger beroep ingesteld.


Het Gerechtshof oordeelde als volgt.


De werkgever had de werkneemster een tweetal functies (niet in ploegendienst) aangeboden waarin zij herplaatst kon worden. De werkneemster heeft deze functies geweigerd: zij wilde namelijk in ploegendienst blijven werken. De werkgever bood haar vervolgens een functie in ploegendienst aan, maar ook op deze functie ging de werkneemster niet in. Dit omdat, zo stelde zij, van haar verwacht werd dat zij haar werkzaamheden na acceptatie per direct zou moeten hervatten terwijl zij daartoe vanwege haar arbeidsongeschiktheid niet in staat was.


Het Gerechtshof oordeelde dat nergens uit bleek dat van de werkneemster verwacht werd dat zij na acceptatie van de functie direct aan de slag zou moeten. En dat werkneemster niet in staat was haar werkzaamheden te hervatten vanwege arbeidsongeschiktheid, betekende niet dat zij de aangeboden functie niet had kunnen aanvaarden. Ook het door de werkneemster gestelde vervoersprobleem (dat ze met iemand moest kunnen meerijden naar het werk) was geen goede reden de functie te weigeren. De werkgever had namelijk aangegeven dat het vervoersprobleem mogelijk oplosbaar was geweest als de werkneemster überhaupt had meegewerkt aan een oplossing. Dat had de werkneemster nagelaten.


Het Gerechtshof was van oordeel dat de werkneemster in elk geval de derde alternatieve functie had kunnen aanvaarden. Door de weigerachtige houding van de werkneemster had de werkgever haar niet kunnen herplaatsen. Dit handelen en nalaten van werkneemster was ernstig verwijtbaar, aldus het Gerechtshof. De werkgever was daarom geen transitievergoeding verschuldigd.


Het Gerechtshof zag ook geen aanleiding om op grond van de redelijkheid en billijkheid alsnog een (deel van) de transitievergoeding toe te kennen. Van een relatieve kleine misstap was geen sprake. De door werkneemster gestelde persoonlijke omstandigheden, waaronder dat zij twintig jaar bij de werkgever had gewerkt en goed had gefunctioneerd, legden ook onvoldoende gewicht in de schaal. Het weigeren van de aangeboden functie kwam de werkneemster dus duur te staan.


Sparck ondersteunt u graag bij al uw juridische vragen, neem contact met ons op en we helpen u verder.