Niet meer terug naar het “oude normaal”: de Wet werken waar je wilt

Bijgewerkt op: 19 mei 2021

Velen van ons hopen dat we snel terugkeren naar het “oude normaal”, het leven zoals we dat voor de coronapandemie hadden. Een leven waarin men handen mag schudden, uit eten mag en naar een warm oord op vakantie kan. Maar wat het werkende leven betreft, kijkt men minder uit naar de pre-corona tijd. Want dat thuis werken, daar zitten toch de nodige voordelen aan. De files, de overvolle treinen, de uren durende vergaderingen en de onrustige kantoortuinen worden bijvoorbeeld niet gemist. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een groot aantal werknemers graag de mogelijkheid wil hebben om ook straks nog thuis te kunnen blijven werken. Niet voor vijf dagen in de week, maar wel graag voor enkele dagen.


Kamerleden nemen initiatief tot invoering recht op thuiswerken


Deze ontwikkeling is aan de politiek niet voorbijgegaan. Begin dit jaar hebben twee Kamerleden het initiatiefwetsvoorstel “Wet werken waar je wilt” ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wet moet het voor werknemers makkelijker maken om structureel thuis te kunnen werken.


Huidige situatie: Wet flexibel werken


Op dit moment kennen we al de Wet flexibel werken. Op grond van deze wet kan een werknemer zijn werkgever verzoeken tot wijziging van:


  1. de arbeidsduur;

  2. de werktijden; maar ook

  3. de arbeidsplaats.


Een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur of werktijd kan door de werkgever alleen worden afgewezen als sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Daarbij moet gedacht worden aan economische, technische of operationele belangen die ernstig worden geschaad als het verzoek zou worden gehonoreerd. De werkgever dient bij een afwijzing van het verzoek uitgebreid te motiveren waaruit die zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen bestaan.


Voor het afwijzen van een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats geldt een dergelijk zware toets niet. De werkgever moet het verzoek in overweging te nemen, maar hij kan het verzoek vervolgens om hem moverende redenen afwijzen, ook als hij daar geen zwaarwegende redenen voor heeft.


Met de “Wet werken waar je wilt” willen de initiatiefnemers regelen dat een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats voortaan op dezelfde wijze wordt beoordeeld als een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur of de werktijden. Oftewel, een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats – zoals een verzoek tot thuiswerken – kan alleen worden afgewezen als aantoonbaar sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.


Hoe moet een verzoek tot aanpassing van de werklocatie worden gedaan?


Op grond van het wetsvoorstel zou het verzoek tot aanpassing van de werklocatie er als volgt uitzien:


  • het moet schriftelijk worden gedaan (kan ook per e-mail);

  • de gewenste ingangsdatum moet worden vermeld;

  • het verzoek moet ten minste twee maanden voor de gewenste ingangsdatum worden ingediend;

  • het verzoek hoeft niet te worden onderbouwd;

  • de werkgever moet uiterlijk een maand voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk reageren;

  • de werkgever is verplicht om over het verzoek met de werknemer in overleg te treden;

  • het verzoek moet worden ingewilligd, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dit moet de werkgever dan uitgebreid motiveren;


Verder geldt nog het volgende:


  • de “Wet werken waar je wilt“ is alleen van toepassing op werkgevers met minimaal 10 werknemers in dienst;

  • als in een van toepassing zijnde CAO bepalingen staan over de arbeidsplaats dan is de “Wet werken waar je wilt” niet van toepassing op de betreffende werknemers;

  • als er geen CAO van toepassing is of als de CAO geen bepaling kent over de arbeidsplaats, kan de werkgever met de ondernemingsraad of een andere vorm van personeelsvertegenwoordiging afspraken maken over de arbeidsplaats. Dit voor een periode van maximaal 5 jaar;


Nog maar de vraag of het wetsvoorstel daadwerkelijk wet wordt


Inmiddels heeft de Raad van State zich kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel “Wet werken waar je wilt”. Volgens de Raad van State is er niet een dusdanig probleem dat de wetgever zou moeten ingrijpen. Werkgevers en werknemers maken op dit moment onderling al afspraken over de mogelijkheid tot thuiswerken. Wetgeving komt pas in beeld als zich structureel knelpunten voordoen waar de praktijk niet goed uitkomt. Daarvan is vooralsnog niet gebleken, aldus de Raad van State. Het wetsvoorstel wordt momenteel in de Tweede Kamer besproken.


Thuiswerkbeleid


Mogen ook binnen uw organisatie medewerkers na de coronapandemie een of meerdere dagen per week blijven thuiswerken? In dat geval raden wij sterk aan een thuiswerkbeleid op te stellen. In het thuiswerkbeleid kunt u onder meer regelen wie wanneer mag thuiswerken en onder welke voorwaarden, wie verantwoordelijk is voor de benodigde voorzieningen, en wanneer u van uw medewerkers mag vragen om toch naar kantoor te komen (ondanks de gemaakte thuiswerkafspraken). Hiermee schept u duidelijkheid over de regels die binnen uw organisatie gelden en voorkomt u onnodige discussies over al dan niet toegekende rechten. Wij hebben inmiddels veel van onze klanten geholpen met het opstellen van een thuiswerkbeleid. Uiteraard helpen wij ook u graag verder.


Sparck ondersteunt u graag bij al uw juridische vragen, neem contact met ons op en we helpen u verder.