Verplichte scholing voortaan voor rekening werkgever

Bijgewerkt op: 13 jul.

Op 1 augustus 2022 treedt de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in werking. In een aantal blogs bespreken wij de belangrijkste wijzigingen. In deze blog komen de nieuwe regels voor het in rekening kunnen brengen van opleidingskosten bij een werknemer aan bod.

Vergoeden van opleidingskosten


Vanaf 1 augustus 2022 bepaalt het nieuwe artikel 7:611a lid 2 BW dat een werkgever de kosten voor scholing die hij op grond van de wet of de toepasselijke CAO verplicht aan de werknemer moet aanbieden, niet op de werknemer mag verhalen. Bovendien moet de werknemer in de gelegenheid worden gesteld om deze scholing voor zover als mogelijk tijdens werktijd te volgen. Deze tijd wordt dan als arbeidstijd beschouwd. Het gaat hier om (wettelijk of bij CAO verplichte) scholing die voor de werknemer noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Scholing die de werkgever verplicht moet aanbieden kan onder meer zien op veiligheid en het bijhouden van vakbekwaamheid.


Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, zijn voor rekening van de werkgever (bijvoorbeeld reiskosten, boeken en ander studiemateriaal, examengelden).


Let op: niet alle scholing valt dus onder deze nieuwe bepaling. Het betreft alleen die scholing die de werkgever op grond van de wet of een CAO verplicht moet aanbieden.


Onder scholing als hier bedoeld wordt daarmee niet verstaan beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie. Dit zolang de werkgever niet op grond van de wet of de van toepassing zijnde CAO verplicht is deze scholing aan te bieden.


Wat betekent dit voor een studiekostenbeding?


Het komt regelmatig voor dat een werknemer op kosten van de werkgever een bepaalde opleiding mag volgen. Daarbij wordt dan veelal een studiekostenbeding overeengekomen dat bepaalt dat de werknemer de studiekosten (gedeeltelijk) moet terugbetalen indien de opleiding niet succesvol wordt afgerond en/of de werknemer besluit binnen een aantal jaar na het afronden van de opleiding te vertrekken.


Een dergelijk beding is vanaf 1 augustus 2022 niet meer mogelijk voor zover het ziet op scholing die de werkgever op grond van de wet en/of CAO verplicht is aan te bieden aan de werknemer. Vanaf 1 augustus is een dergelijk beding nietig. Aangezien ook deze wetswijziging met onmiddellijke ingang van toepassing wordt, betekent dit dat ook studiekostenbedingen die reeds voor 1 augustus 2022 zijn overeengekomen na die datum nietig zijn, opnieuw alleen voor zover het betrekking heeft op scholing die we werkgever verplicht moet aanbieden op grond van de wet of een CAO. Dit dan ongeacht de omstandigheden die ten grondslag liggen aan dat beding. Zodoende maakt het niet of uit de opleiding met goed of slecht gevolg is afgelegd of dat de werknemer binnen de overeengekomen termijn besluit te vertrekken bij de werkgever. Voor scholing die de werkgever niet verplicht moet aanbieden op grond van de wet of een CAO blijft het wel mogelijk een studiekostenbeding overeen te komen.



Sparck ondersteunt u graag bij al uw juridische vragen, neem contact met ons op en we helpen u verder.